Door een sluis varen

Wanneer je met een boot vaart, krijg je er onvermijdelijk mee te maken: de doorvaart door een sluis. Belangrijk is dat je weet hoe je goed moet afmeren. Je hebt misschien zelf al eens een boot zien sukkelen in een sluis. Niet leuk! Er dient derhalve met een aantal zaken rekening gehouden te worden.

Zoet en zout

Eerst en vooral moet je weten of je van zoet naar zout vaart of andersom. In het eerste geval moet je eerst de achterkant landvast maken. In het tweede geval doe je dit eerst voor de voorkant. De stroming die ontstaat tussen zoet en zout water is hier de bepalende factor. Te onthouden: een rivier stroomt altijd in de richting van de zee.

Grote vaart

Voor het doorvaren van een sluis dien je te weten of de grote vaart al in de sluis ligt. Je kunt pas de sluis ingaan wanneer de grote vaart is aangemeerd en de schroef eraf is. Schroef en boegschroef kunnen zulke krachten ontwikkelen dat je boot tegen de kade kan komen en de nodige schade oplopen. De sluiswachter kan hierbij altijd behulpzaam zijn.

Voorbereiden

Voor het invaren van de sluis dienen aan bakzijde en stuurboordzijde alle landvasten klaar te liggen. Best kun je ook al de stootwillen / fenders klaar hangen. Stel je op zodat je een goed zicht hebt over het hele schip en houd de pikhaak bij de hand.

Afmeren en uitvaren

Je dient er voor te zorgen dat je altijd lijn kunt vieren bij het afmeren. Wanneer je niet naast een ander schip afmeert, blijf dan altijd bij je landvast. Je kunt pas uitvaren wanneer het licht groen is. Neem voldoende tijd om uit te varen en doe dit pas wanneer er voldoende ruimte is. En blijf zeker uit het schroefwater van een eventuele voorligger!